zaterdag 5 maart 2011

De stage is voorbij...

Ik vond de stage erg leuk vooral de sfeer was er heel aangenaam. Het waren wel twee heel vermoeiende weken omdat ik veel vroeger dan normaal moest opstaan en omdat het werk ook wel zwaar was. Ik zou niet in deze richting willlen verdergaan of dit als job willen uitoefenen omdat het na een tijd eentonig begint te worden. Ik hou van een beetje afwisseling. Ik ga volgend jaar verder studeren maar ik weet nog niet zeker wat ik wil gaan studeren. Het liefst zou ik dierenarts willen studeren maar dit is natuurlijk een erg moeilijke richting. Ik denk er ook over na om misschien pedagogie te gaan studeren. Ik heb nog even tijd om hierover mijn hoofd te breken dus ik zie wel waar ik op uitkom.

woensdag 2 maart 2011

Stagedagboek 3: lokaliseer je stagebedrijf

Ik heb stage gelopen in het Heilig Hart Ziekenhuis Leuven.
Dit ziekenhuis is gelegen in de Naamsestraat in Leuven. Het is erg goed gelegen omdat het goed en snel bereikbaar is zowel met de fiets, te voet, de bus als met de auto. Er is een parking en er zijn fietsstallingen. Het enige minpunt is dat het gelegen is op een redelijke drukke straat en je moet goed kijken waar je loopt. Het centrum is ook erg kortbij, dit heeft niet zo erg veel belang voor het ziekenhuis maar kan gemakkelijk zijn.

zaterdag 19 februari 2011

Stagedagboek2: Ik...

Ik werk in de grootkeuken, hiermee bedoel ik dat ik overal in de keuken sta. Ze hebben een warme keuken en koude keuken. In de warme keuken schenk ik pap en soep in kommetjes en voer nog andere kleine taken uit. In de koude keuken maak ik belegde broodjes en salades klaar. Verder sta ik ook aan de distributie en maak ik mee de plateaus voor de patiënten klaar. In de namiddag wordt er gekuist en hier help ik dan ook aan mee. Ik werk elke dag samen met alle mensen die er werken.

stagedagboek1: Heilig Hart Ziekenhuis Leuven

Het heilig hart ziekenhuis in Leuven is een middelgroot ziekenhuis. Hier komen mensen naartoe die ziek zijn om behandeld te worden en te genezen. Ik werk in de grootkeuken van dit ziekenhuis. Zij maken het eten voor de patiënten en voor de bezoekers in de cafetaria.

zaterdag 22 januari 2011

Opdracht: Slot schrijven

Titel: Wie een put graaft...

De man kwam dichterbij zonder een woord te zeggen en stopte tot net een meter voor Tom. Tom was verstijfd van angst en bleef stokstijf staan. Hij keek naar de man in het joggingpak en vergat te ademen. ‘Herken je mij niet meer?’ vroeg de onbekende. Tom probeerde zijn gezicht goed te bekijken maar zag enkel zijn neus en mond doordat de kap van de jogging ver over zijn hoofd was getrokken. Hij merkte op dat zijn huid vol littekens zat. ‘Neen, ik weet niet wie jij bent’ zei Tom die probeerde de bibber in zijn stem onder controle te houden. ‘Ik zal je geheugen even opfrissen’. De man schoof zijn kap naar achter langs zijn hoofd en zijn ogen werden zichtbaar. Zijn linkeroog was donkerbruin en zijn rechteroog had een rode gloed. De littekens die over zijn hele gezicht verspreid waren, werden nu duidelijk zichtbaar. Tom had nog steeds geen idee wie deze verminkte man was. De twee stonden stilzwijgend over elkaar tot de man sprak: ‘Ik ben Evert, tien jaar geleden ben je met je zatte fikken in je auto gekropen. Ik had de pech om je te kruisen en je bent tegen me aangereden. De gevolgen staan op mijn gezicht te lezen. Tom voelde zich ligt worden in zijn hoofd en herinnerde zich de avond waarover Evert sprak. Na het ongeval is hij maanden in therapie geweest. ‘Gaat er eindelijk een belletje rinkelen in dat leeghoofd van je?’ zei Evert. Tom voelde de woede in Evert’s stem. ‘Ja… zei Tom, en de foto van de baby?’ Hij durfde het bijna niet te vragen. ‘Zoals je je misschien herinnert zat mijn vriendin naast me. Ze overleefde de klap niet en de baby ook niet en daar ga jij nu voor boeten. Tom was verlamd. ‘Het spijt me zo!’ riep hij. Evert haalde een pistool uit de broekzak van zijn jogging. ‘Je bent te laat’ zei hij. Tom hoorde een luide knal en voelde een pijnlijke druk op zijn borst, de druk was zo groot dat hij een stap naar achter deed en in zijn graf viel. Hij voelde zich moe worden. Evert stond aan de rand van zijn graf met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht.